Vier trends in het hoger onderwijs in 2022 (en verder …)

Het is wellicht een beetje laat, om eind maart nog iets te willen zeggen over de onderwijstrends voor 2022, maar ik kwam recentelijk een artikel tegen op de site van het World Economic Forum dat ik toch graag onder jullie aandacht wil brengen. Vooral omdat ik denk dat de trends nog wel even aanhouden.

Ik was namelijk blij verrast om een aantal ontwikkelingen, die ik in onze eigen Nederlandse praktijksituatie voorbij zie komen, hier ook internationaal bevestigd te zien. Ik raad u aan het artikel vooral zelf even te lezen, maar in essentie constateert het WEF dat:

  1. Maatregelen die tijdens de pandemie zijn genomen (zoals de grote inzet van online learning), in de basis geen oplossing zijn voor problemen in het hoger onderwijs. Zie ook het blog van collega Jeanne Hup. Online is niet synoniem aan innovatie.
  2. Instellingen echte hervormingen moeten doorvoeren, op weg naar actief leren en vaardigheden aanleren die in een veranderende wereld standhouden.
  3. Formatieve toetsing effectiever is dan zware eindtoetsen, als het erom gaat studenten uit te rusten met de vaardigheden die ze uiteindelijk in de maatschappij nodig hebben.

De trends die het WEF voor het hoger onderwijs ziet:

  1. Leer overal (learn everywhere)
    In plaats van alleen maar facilitair met online learing over te stappen op een ‘learn anywhere’-benadering’ (bieden van flexibiliteit), moeten onderwijsinstellingen overstappen op een ‘learn everywhere’-benadering (bieden van ‘onderdompeling’). Waarbij de online component meerdere lagen en locaties toevoegt aan het onderwijs.
  2. Vervang lessen en hoorcolleges door ‘active learning’
    Onze hersenen leren niet door te luisteren, en de weinige informatie die we op die manier leren, wordt gemakkelijk vergeten. Echt leren is gebaseerd op principes zoals gespreid leren, emotioneel leren en de toepassing van kennis.
  3. Leer studenten vaardigheden die relevant blijven in een veranderende wereld
    Onderwijsinstellingen blijven zich richten op het aanleren van specifieke vaardigheden waarbij gebruik wordt gemaakt van de nieuwste technologieën, ook al zullen deze vaardigheden en de technologieën waar ze mee werken, onvermijdelijk achterhaald raken. Wat we moeten aanleren zijn vaardigheden die relevant blijven in nieuwe, veranderende en nog onbekende omstandigheden.
  4. Formatief toetsen gebruiken in plaats van alles-of-niets examens
    Te vaak toetsen examens nog alleen de informatie die we op dat moment moesten onthouden, in plaats van dat ze ons leervermogen meten, onze competenties. De inzet van programmatisch toetsen, of andere meer formatieve manieren van toetsen, zorgt voor zowel formele als informele evaluaties tijdens het leertraject en moedigt studenten aan om hun prestaties daadwerkelijk te verbeteren in plaats van deze alleen te laten beoordelen.

Het artikel concludeert dat we voor onderwijshervormingen echt moeten kijken naar de  oorzaak van de huidige problemen. We moeten kijken naar wat er wordt onderwezen (curriculum), hoe (didactiek en pedagogiek), wanneer en waar (technologie en de echte wereld) en aan wie we lesgeven (toegang en inclusie). De instellingen die klaar zijn om deze fundamentele problemen aan te pakken, zijn degene die erin zullen slagen het hoger onderwijs echt te transformeren.

Ik denk dat ze gelijk hebben!

Programmatisch toetsen & effectieve feedback in mbo

Programmatisch toetsen en effectieve feedback in het mbo

Het was hét thema van het recente congres ‘Toetsen en Examineren in het mbo’: programmatisch toetsen en effectief feedback geven. Deze ontwikkelingen spelen al langer in het hbo maar zijn nu ook ‘doorgebroken’ in het mbo. Met het in werking treden van het herziene onderzoekskader voor het mbo, is het mogelijk geworden om in het mbo op een andere manier het diploma te verantwoorden. De interesse is groot, maar in de praktijk is dit nog niet zo eenvoudig. Want hoe moet je dit dan doen? Waar begin je? Welke vaardigheden vereist dit bij zowel beoordelaars, docenten én studenten? 

Tot nu toe was het in het mbo zo: de student volgt onderwijs en aan het eind wordt het afgesloten met het examen. En het examen moet gewoon voldoen aan kwaliteitseisen als validiteit en betrouwbaarheid. Dit maakt dat de school een diploma van waarde kan afgeven. Nu is er dus een beweging waarbij het mogelijk lijkt om die examinering meer in je onderwijs te integreren.

Veel aandacht op het congres derhalve voor programmatisch toetsen. Wij denken echter dat dit vooralsnog minder goed past bij de praktijk van het mbo. In het mbo doe je namelijk pas aan het eind van het leerproces examen, terwijl je in het hbo op allerlei momenten toetst.

Pragmatische workshops

Vanuit Bureau Lente hebben wij die dag workshops gegeven over effectieve feedback, maar dan wel ingestoken op een manier die specifiek toepasbaar is voor het mbo. Aansluitend op de eigen praktijk. Pragmatisch. Wij hebben daarbij laten zien dat feedback geven tijdens je onderwijs echt iets anders is dan feedback geven achteraf, op een examen.

Hoe werkt feedback geven überhaupt? Hoe zou dat een rol kunnen spelen in je onderwijs? Specifieke opdrachten werden gekoppeld aan een matrix en over die matrix moesten de deelnemers vooral zelf nadenken. ‘Wat doe ik nu waar en wanneer?’

De meeste mensen geven feedback op een product dat al is gemaakt. Bijvoorbeeld: ‘dat pootje staat scheef, dat moet je rechtzetten.’ Dat is concrete feedback. Maar je had ook kunnen zeggen: ‘hoe ben je zover gekomene en wat zou je er zelf nog aan willen verbeteren?
Dan stel je dus alleen maar vragen zodat de student zelf kan concluderen: ‘ Oh ja, ik had het eigenlijk misschien toch liever anders gedaan.’
Van ‘pas dat pootje even aan’ naar zelf nadenken en ‘hoe moet ik dat doen?’
Dat is een behoorlijk grote stap.

Dat was eigenlijk het doel van onze workshop: mensen laten zien waar ze nu staan en laten ervaren dat die zelfregulatie behoorlijk ingewikkeld is. Dat kun je als student pas op een bepaald niveau aan.

Bij alle enthousiaste geluiden over programmatische toetsen en feedback wilden wij de kanttekening maken: kijk eerst maar eens waar je nu staat. We hebben de workshop afgesloten met twee casussen en de vraag: welke feedback kun je nu geven? Dit bleek voor de meeste deelnemers een behoorlijke eye-opener.

Kleine stappen

Het herziene onderzoekskader lijkt dus heel veel ruimte te geven om het allemaal op een andere manier te gaan doen, maar stelt daarnaast nadrukkelijk dat je ervoor moet zorgen dat je diploma’s altijd hun waarde houden. Feedback geven is prima maar wees je ervan bewust hoe je dat nu aan het eind van het proces doet. En dat dit heel anders is dan bij programmatisch toetsen waarbij je continu feedback aan het geven bent.

Programmatisch toetsen voor het mbo: bezint eer ge begint.

Voor het mbo geldt: denk er goed over na en kijk waar de winst met kleine stappen al te behalen is. Gooi vooral het kind niet met het badwater weg. Er liggen al heel goede examens, en toch lopen we nu het risico dat iedereen zelf het wiel opnieuw gaat uitvinden, constructie-ervaring of niet.

Het rigoureus anders verantwoorden van je diplomabesluit is complex en het mbo moet elke keer goed nadenken of de te behalen winst wel opweegt tegen de risico’s die er gelopen worden. Want iets wat in het hbo werkt, is niet automatisch direct geschikt voor het mbo.

We helpen scholen nu bij het vinden van een manier om op een verantwoorde manier elementen aan te passen en het diploma stapsgewijs anders te gaan verantwoorden. En vooral steeds optimaal aansluitend bij de school, de manier van werken, de leerlingen, de docenten en onderwijskundigen.

Leeruitkomsten formuleren

De laatste jaren zien we dat veel onderwijsorganisaties in het hbo bij het ontwikkelen van een nieuw curriculum het accent verleggen van het denken in leerdoelen en competenties naar het formuleren van leeruitkomsten. Bureau Lente helpt hen hierbij.  

Leerdoelen en competenties
Een leerdoel geeft aan wat je wilt bereiken met het onderwijs en kan zowel betrekking hebben op kennis, op een vaardigheid of op een gewenste houding. Daarbij beschrijft het vaak hoe de studenten zich dit eigen moeten maken en hoe zij het bewijs moeten leveren. Combinaties van vaardigheden, kennis en houdingen, worden ook wel omschreven als competenties.

Leeruitkomsten
Een leeruitkomst is het meetbare resultaat van leerervaringen waarmee je kunt vaststellen tot op welk niveau een bepaalde competentie is gevormd of verbeterd. Het toont wat de leerling kan doen als resultaat van wat hij/zij heeft geleerd.

Leeruitkomsten gaan dus over daadwerkelijk getoonde resultaten en zijn gekoppeld aan toetsen in plaats van aan lessen. Omdat het bij leeruitkomsten gaat om het resultaat en niet om de manier waarop dit wordt bereikt biedt het gebruik van leeruitkomsten meer ruimte voor andere leerervaringen, eventueel opgedaan buiten de school. Hiermee sluit het beter aan op de actuele behoefte aan meer maatwerk binnen het onderwijs.

Landelijke Opleidingscompetenties
Dat zoveel scholen nu bezig zijn met het ontwerpen van nieuwe curricula heeft onder meer te maken met de loco’s, de landelijke opleidingscompetenties. Daarvan mogen scholen 30% zelf invullen. En dat is natuurlijk interessant want met die 30% kun je je als opleiding onderscheiden van de andere opleidingen. In plaats van een opleiding communicatie – waarvan er in Nederland wel meer dan tien aangeboden worden – bied je bijvoorbeeld een opleiding digitale communicatie, of social media communicatie.
En het bij het opzetten daarvan spelen de leeruitkomsten een steeds grotere rol.

Want wat voor mensen willen de opleiding nu eigenlijk afleveren. Als de opleiding echt specialisten op dit terrein wil afleveren, moeten ze ook leeruitkomsten formuleren die zulke mensen opleveren. Die leeruitkomsten geven feitelijk handen en voeten aan de competenties. Ze moeten dan ook zo geformuleerd zijn dat elke lezer meteen een beeld heeft van datgene wat iemand dan kan.

Die leeruitkomsten doen dus meerdere dingen:

  • Ze geven richting aan je onderwijs, want dat is waar je naar toe gaat.
  • Ze laten de student zien waar hij of zij naartoe beweegt, en
  • Ze laten zien hoe de uitkomsten aansluiten op het beroepenveld.

En dan zo geformuleerd en opgezet dat het toekomstbestendig is en dat het beroepenveld zich ook herkent in die leeruitkomsten.

Relaties tussen competenties en Leeruitkomsten

Bij het formuleren van die leeruitkomsten is het van groot belang om te kijken naar de relaties tussen de competenties. Alles wat je belangrijk vindt moet je erin terug kunnen zien. Bijvoorbeeld in de vorm van een matrijs. Je begint met het definiëren van de leeruitkomsten op het hoogste niveau en dan vertaal je die terug naar leeruitkomsten op de lagere niveaus en zo bouw je een samenhangend curriculum op.

Wij helpen opleidingen bij het formuleren van de leeruitkomsten. Daarbij focussen we ons vooral op de manier van aanpakken en de eisen en criteria waaraan goede werkbare en meetbare leeruitkomsten moeten voldoen. Want alles wat je formuleert moet ook te meten zijn. En daarbij checken we steeds of alles wat er staat ook klopt en dat de leeruituitkomsten  voor de verschillende leerjaren een logisch geheel vormen.

“Go out with a bang!”

Daar kun je je van alles bij voorstellen: champagnekurken, vuurwerk, spektakel…

Maar het onderwijs sluit met 2021 een loodzwaar jaar af, met als enige jaarwisselings-knaller die van vervroegde en verlengde kerstvakanties en opnieuw strengere restricties.
Het is niet anders, en met elkaar zullen we er weer het beste van maken. 

Voor Bureau Lente was 2021 een heel druk jaar want naast meebewegen met de talloze veranderingen, groeiden we ook nog eens snel. Om alle nieuwe klanten en uitdagende nieuwe projecten op de juiste manier te kunnen verzorgen hebben we ons dan ook versterkt met twee nieuwe collega’s. 
We zijn verdubbeld!

We zien 2022 dan ook met veel enthousiasme en optimisme tegemoet. 
En ook  al zit niemand te wachten op de restricties van de nieuwe lockdown, laten we er het beste van maken. Wellicht is dit ook een goede kans om écht even je rust te pakken!

Bureau Lente wenst iedereen heel fijne en warme en gezellige feestdagen. Rust goed uit en blijf gezond!

Monique Bulle
Jeanne Hup
Inge de Jager
Gijs Noordergraaf

Let’s Dance!

Hogescholen ook voor BDB naar Bureau Lente

Iemand die docent wil worden op een hbo hoeft geen specifieke onderwijsbevoegdheid te hebben om hier aan de slag te gaan. Wél moet die persoon dan bereid zijn om de zogeheten Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB) te behalen.

Deze BDB is als protocol vastgesteld door de Vereniging Hogescholen en omvat specifieke bekwaamheidseisen voor docenten in het hbo. Omdat dit protocol door alle hogescholen gezamenlijk is opgesteld, wordt een opleiding en certificering BDB ook op andere hogescholen erkend.

Vaak volgen beginnende docenten hiervoor een opleiding of training in de eerste jaren van hun contract, gefaciliteerd door de betreffende hogeschool. Op elke hogeschool wordt dit weer anders ingevuld en Bureau Lente wordt steeds vaker gevraagd om naast de BKE ook de BDB te verzorgen.

Vakmanschap
BDB en BKE (Basis Kwalificatie Examinering) kunnen los van elkaar gezien worden maar vaak is BKE ook geïntegreerd in de BDB. Nieuwe mensen moeten zowel BDB als BKE doen. De lengte van zo’n traject is naar onze mening sterk afhankelijk van de specifieke leerdoelen van ieder individu.

Onze insteek is altijd: waar sta je nu als docent en waarop wil of moet je je dan nog verder ontwikkelen? En hoe ga je dat dan aantonen?

Door uit te gaan van de persoonlijke leerbehoeftes kunnen we gericht meerwaarde bieden op datgene dat ze al doen en kunnen.

Van de BDB en de BKE staan de leeruitkomsten vast, maar hoe je daar wilt komen dat is aan de school. Wij bespreken die wensen met de school en komen met een passend plan van aanpak. Wij willen zo dicht mogelijk op de dagelijkse praktijk van de docenten zitten om zo direct aan te sluiten bij hun eigen kennis, kunde, leerdoelen en ontwikkelvragen.

Het resultaat is een heel nieuw nieuw traject BDB incl. BKE!
Meer weten over onze BDB- en BKE-aanpak in het hbo? Neem contact op met mbulle@bureau-lente.nl

Bureau Lente coacht examencommissies on-the-job

De laatste jaren heeft Bureau Lente heel wat examencommissies en leden van examencommissies getraind, gecertificeerd en ondersteund bij het opzetten en implementeren van richtlijnen en processen. Aan dit aanbod voegen we nu ook on-the-job coaching toe om de professionalisering van examencommissies op een nog hoger plan te brengen.

De professionalisering van de examencommissie die Bureau Lente nu aanbiedt, bestaat uit twee onderdelen:

  • Coaching van de voorzitter en secretaris;
  • On-the-job professionaliseren van de gehele examencommissie.

Het doel van deze trajecten is om de leden van de examencommissie meer structuur en handvatten te bieden om planmatig, efficiënt en ‘in-control’ de werkzaamheden van de examencommissie te kunnen uitvoeren.

Coaching van de voorzitter en secretaris
De voorzitter en secretaris worden gecoacht in hun werkzaamheden, vanuit het principe van afnemende sturing. Dat betekent dat we bij de start bepalen wat de leerdoelen zijn van de voorzitter en secretaris. Deze leerdoelen vormen het startpunt van de coaching, waarbij we ernaar streven dat uiteindelijk de voorzitter en secretaris samen zicht en vat hebben op de taken en verantwoordelijkheden van de (leden van de) examencommissie.

Dit betekent onder meer dat de vergaderingen voorafgaand aan bijeenkomsten van de examencommissie gedegen worden voorbereid door de voorzitter en secretaris, samen met de coach. De agenda wordt in eerste instantie ingevuld op basis van de jaarplanning/jaarplan en er wordt bekeken welke casussen er wel/niet dienen te worden behandeld. We bepalen ook wat de opbrengst van elke vergadering moet zijn, en met welke gremia voorafgaand overleg wenselijk is. De vergadering wordt vervolgens nabesproken en er wordt gereflecteerd door de voorzitter en secretaris op de voorbereiding en uitvoering. Daarbij wordt meteen vooruitgekeken naar de volgende vergadering. Doordat voorzitter en secretaris samen optrekken in het coaching-traject ontstaat er een duidelijke samenwerking en afstemming van de taakverdeling. Dit maakt dat er naast inhoudelijke verdieping ook een efficiëntieslag kan worden gemaakt.

On-the-job professionaliseren van de examencommissie
Gedurende de bijeenkomsten wordt de gehele examencommissie waar nodig on-the-job bijgeschoold. De basis is steeds de vergaderagenda van de examencommissie, voorbereid door de secretaris en voorzitter. De vergadering start gedurende het on-the-job traject steeds met één uur scholing op een onderwerp dat op dat moment speelt.

Gedurende dit traject krijgt de gehele examencommissie beter zicht op haar taken en verantwoordelijkheden en door het werken met een vaste agenda komt de examencommissie ook steeds meer ‘in control’. De examencommissie is ook op een ander niveau met elkaar in gesprek omdat ze steeds meer dezelfde taal spreken en steeds meer begrijpen wat de WHW voor hen betekent.

Na dit uur start dan de vergadering; de voorzitter is hierbij leidend. Indien nodig kan de coach van Bureau Lente bijsturen of gerichte vragen stellen. Na afloop van de vergadering bespreken de voorzitter en secretaris samen met de coach de vergadering na.

Door deze hands-on werkwijze worden alle betrokkenen geprofessionaliseerd en ontstaat er eenheid binnen de examencommissie. Tevens zorgt dit ervoor dat er een slag kan worden gemaakt met het onderling verdelen van taken, zodat er efficiënt en planmatig kan worden gewerkt en dat iedereen zijn expertise in kan zetten en er samenhang en wederzijds vertrouwen ontstaat.