In veel organisaties groeit de rol van praktijkbeoordelaar vanzelf.
Praktijkbegeleiders worden vaak ook praktijkbeoordelaars, omdat zij binnen het bedrijf de student het beste kennen. Dat is niet onlogisch: zij zien de student dagelijks in actie, kennen het werkproces en weten wat er speelt op de werkvloer.
Tegelijk vraagt examineren iets anders dan begeleiden.
En juist daar ontstaat spanning!
Van begeleiden naar beoordelen
Onlangs trainden we praktijkopleiders uit drie bedrijven voor hun nieuwe rol als praktijkbeoordelaar. Het ging om twee heel verschillende sectoren: schoonheidsspecialist en facilitair medewerker. En hoewel het twee heel verschillende sectoren waren en dus ook opleidingen, leefden er verrassend genoeg dezelfde vragen:
- Wanneer ben ik begeleider, wanneer beoordelaar?
- Hoe voorkom ik dat mijn voorkennis van de student mijn oordeel kleurt?
- Hoe ga ik om met twijfel tijdens het examen?
Juist doordat de situaties zo herkenbaar waren, konden deelnemers veel ervaringen uitwisselen en echt van elkaar leren. De inhoud mag dan verschillen, de professionele dilemma’s lijken sterk op elkaar.
De dubbele pet: twee rollen, twee perspectieven
Het belangrijkste inzicht tijdens de training was het besef van de dubbele pet.
Als begeleider:
- Help je de student vooruit
- Kijk je naar groei, inzet en ontwikkeling over een langere periode
Als beoordelaar:
- Kijk je naar wat de student op dat moment laat zien
- Beoordeel je op basis van vooraf afgesproken criteria
- Staat de examenprestatie centraal, niet het hele traject
Een examen is een op zichzelf staande meting. Dat klinkt eenvoudig, maar voor iemand die een student lang heeft begeleid, is het een flinke stap. De neiging om het traject mee te laten wegen is groot. En al helemaal als een student hard heeft gewerkt of juist “onder de maat” presteert ten opzichte van eerder.
Drie bouwstenen in de training
In trainingen met praktijkbeoordelaars werken we daarom veel met drie bouwstenen:
1. Observeren
Eerst goed kijken naar wat je echt ziet.
Wat doet de student precies? Welke handelingen, welk gedrag, welke keuzes? Hoe concreter de observatie, hoe sterker de basis voor het oordeel.
2. Beoordelaarsvalkuilen herkennen
Zoals:
- voorkennis (het beeld van de student uit de begeleidingstijd)
- sympathie of irritatie
- één sterke of juist één zwakke prestatie die alles gaat kleuren
- Door deze valkuilen expliciet te maken, ontstaat er ruimte om er bewust mee om te gaan.
3. Afstemmen met je mede-beoordelaar
Samen hetzelfde beeld hebben bij de beoordelingscriteria is essentieel.
Wat verstaan we onder “voldoende”? Wanneer is iets “goed”? En herkennen we in dezelfde prestatie ook dezelfde kwaliteit? Afstemmen zorgt ervoor dat de uitkomst uitlegbaar wordt naar de student én naar de organisatie.
De impact van voorkennis
De meest herkenbare valkuil is voorkennis van de student:
“Hij is normaal veel beter dan dit.”
“Ze heeft zo hard gewerkt, dat moet toch beloond worden.”
Dat is betrokkenheid en die is waardevol. Maar bij examinering moet het oordeel gaan over wat er nu zichtbaar is, op basis van de criteria.
Als je iemand al lange tijd begeleidt, is het moeilijk om dat beeld “uit te zetten” op het moment van examineren. Je weet hoe iemand normaal presteert, welke groei hij of zij heeft doorgemaakt en welke omstandigheden er spelen.
Deelnemers tijdens onze training gaven aan dat ze zich hiervan niet altijd bewust waren. Tijdens de training ontstond het idee om studenten bij voorkeur te laten beoordelen door iemand die hen niet zelf intensief heeft begeleid. Zo wordt de beoordeling zuiverder en kan de begeleider zich blijven richten op ontwikkeling.
Niet elke organisatie kan dit volledig doorvoeren, maar het gesprek erover helpt al: Wanneer is het wenselijk om rollen te scheiden? En als dat niet kan, welke afspraken maak je dan om toch zo objectief mogelijk te blijven?
Klaar voor de nieuwe rol
Na afloop van de training gaven de praktijkbeoordelaars aan dat ze zich beter toegerust voelen om objectiever te beoordelen. Ze beschikken over:
- Een duidelijker beeld van hun dubbele rol
- Concrete handvatten om goed te observeren en valkuilen te herkennen
- Meer taal om met mede-beoordelaars het gesprek te voeren over criteria en oordelen
Misschien wel het belangrijkste: ze hebben manieren gevonden om professioneel te beoordelen, zonder hun betrokkenheid bij de student te verliezen. Die combinatie maakt het vak van praktijkbeoordelaar interessant én verantwoordelijk.
Tot slot:
De vraag die wij vaak meenemen naar organisaties is deze: “Hoe zorgen jullie ervoor dat praktijkbeoordelaars goed gepositioneerd en voorbereid zijn op hun rol, voordat ze gaan examineren?”
Het antwoord daarop is voor elke organisatie anders, maar de kern blijft hetzelfde: neem de tijd om de dubbele pet serieus te bespreken. Dat is in het belang van de student, de praktijkbeoordelaar én de kwaliteit van examinering.
