Taakinvulling en ondersteuning examencommissie (3)

Onder de naam ‘De Staat van de Examencommissie’ heeft Bureau Lente, adviesbureau op het gebied van onderwijsontwikkeling, toetsing en examinering, 26 examencommissies uit hbo en mbo gevraagd naar hun manier van werken, samenstelling, werkdruk, taken en uitdagingen. Dit is het derde blog van een serie van 3. Hier vindt u blog 1 en blog 2.

Taakinvulling
“Opvallend is dat bij het hbo er maar 1 commissie is (van de 9 respondenten), die meldt alle taken in de beschikbare tijd te kunnen uitvoeren. Terwijl in het mbo meer dan de helft (53%) zegt voldoende tijd te hebben voor alle taken”, zegt Jeanne Hup.

De examencommissies is ook gevraagd de vier taken te selecteren waar ze het merendeel van hun tijd aan besteden. De top twee was in alle examencommissies: kwaliteitsborging en daarnaast het behandelen van verzoeken en vrijstellingen. Daarnaast werd in het hbo het behandelen van klachten en bezwaren door alle commissies genoemd. Terwijl dit bij de examencommissies in het mbo door minder dan 30% genoemd wordt.  

“Dit is logisch”, zegt Monique Bulle, ”omdat in het mbo de examencommissie zich uitsluitend bezighoudt met de examinering aan het eind van de opleiding, terwijl in het hbo de toetsing gedurende de gehele studie studiepunten oplevert. Studenten kunnen dus op veel meer momenten een klacht of bezwaar indienen.”

“Opmerkelijk is dan wel dat de Kwaliteitsborging van Examinering vervolgens ook het meest genoemd wordt als taak waar te weinig tijd voor is: maar liefst 11 keer, waarvan 6 keer in het hbo, ofwel bij 2/3 van de examencommissies in het hbo.”

Ondersteuning
Examencommissies, tenslotte, worden in het hbo in de meeste gevallen ondersteund door de administratie of door een ambtelijk secretaris (elk door 2/3 van de commissies genoemd) In het mbo spelen vooral het examenbureau (76%) en de vaststeladviescommissie (71%) een belangrijke rol. De toetscommissie speelt bij 33% van de hbo-commissies een ondersteunende rol, terwijl deze in het mbo maar door 12% van de commissies genoemd wordt.

“In het mbo zien we dat kwaliteitsborging binnen examencommissies sterk aan belang wint, terwijl we bij het hbo vaak zien dat er daarvoor een ondersteunende toetscommissie wordt opgericht’, zegt Monique Bulle.

‘Ofschoon de steekproefgrootte te beperkt is om heel verstrekkende conclusies te trekken, denken we dat deze momentopname al een behoorlijk beeld geeft van de verschillen en overeenkomsten tussen examencommissies in het mbo en hbo. We zullen het onderzoek zeker herhalen en liefst ook verder uitbreiden”, besluit Monique Bulle.

Infographic Staat van Examencommissie 2

‘Werklast examencommissies lijkt groter in mbo dan in hbo’ (2)

Onder de naam ‘De Staat van de Examencommissieheeft Bureau Lente, adviesbureau op het gebied van onderwijsontwikkeling, toetsing en examinering, 26 examencommissies uit hbo en mbo gevraagd naar hun manier van werken, samenstelling, werkdruk, taken en uitdagingen. Blog 1 ging over de samenstelling van de commissies, deze blog gaat over de werklast, blog 3 gaat over de taakinvulling.

Werklast
In het hbo vergadert de examencommissie gem 5,7 uur per maand, terwijl dit bij het mbo uitkomt op 7,2 uur per maand. Dit is verschil is relatief klein als we kijken naar de verschillen in omvang van de scholen in termen van aantallen studenten, opleidingen en aantal te nemen diplomabesluiten. Bij het hbo gaat het dan om gemiddeld 1328 studenten, verdeeld over 2,4 opleidingen met jaarlijks 300 diplomabesluiten, terwijl deze cijfers in het mbo uitkomen op 3340 studenten, 30 opleidingen en jaarlijks 854 diplomabesluiten.

Als je het aantal commissieleden afzet tegen het aantal studenten dan kom je in het hbo op 0,46 personen op 100 studenten (ofwel zo’n 217 studenten per lid) en in het mbo op 0,28 (ca. 357 studenten per commissielid). Het hbo heeft 2,5 lid per opleiding terwijl het mbo het moet doen met 0,3 lid per opleiding. De vergadertijd per 100 studenten bedraagt in het hbo 0,43 uur en in het mbo 0,21 uur per maand.

Examencommissie verzetten natuurlijk ook nog veel tijd buiten de vergadertijd. Als we kijken naar de fte’s die toegewezen zijn aan de commissies dan komt het hbo uit op 1,3 en het mbo op 2,3 (ofwel 1 fte op 1000 studenten in het hbo en 0,7 fte per 1000 studenten in het mbo). Het aantal fte’s per opleiding bedraagt in het hbo 0,53 en in het mbo 0,08.

“Als je naar deze cijfers kijkt lijkt het duidelijk dat de examencommissies in het mbo zwaarder belast zijn, zowel in absolute vergadertijd als ook relatief, in tijd en fte per student”, zegt Monique Bulle van Bureau Lente.

Bureau Lente onderzoekt Staat van Examencommissie mbo en hbo (1)

De ene examencommissie is de andere niet. Zo blijkt uit een recente steekproef onder hbo’s en mbo’s. Onder de naam ‘De Staat van de Examencommissie’ (infographic) heeft Bureau Lente, adviesbureau op het gebied van onderwijsontwikkeling, toetsing en examinering, 26 examencommissies uit hbo en mbo gevraagd naar hun manier van werken, samenstelling, werkdruk, taken en uitdagingen.

Hogere werklast in mbo
Meest opvallende uitkomst: leden van examencommissies in het mbo lijken een hogere werklast te hebben dan die in het hbo, hetgeen tot uiting komt in vergadertijd, aantal studenten per lid van de commissie en beschikbare fte’s per 1000 studenten. Toch geven mbo-examencommissies vaker aan, alle wettelijke taken in de beschikbare tijd te kunnen uitvoeren. Overeenkomsten zijn er ook: het overgrote deel van de examencommissies in beide segmenten geeft aan minder dan 3 jaar in de huidige samenstelling te opereren. Een derde zelfs minder dan een jaar.

Samenstelling
In totaal hebben 26 examencommissies aan de inventarisatie deelgenomen,9 uit het hbo en 17 uit het mbo. De gemiddelde examencommissie in het hbo telt 6 leden terwijl dit in het mbo op bijna 10 ligt. Voor beide groepen geldt dat de verdeling man/vrouw nagenoeg gelijk is. In het hbo is 49% vrouw en in het mbo 52%. De gemiddelde leeftijd is eveneens nagenoeg identiek: 47 jaar in het mbo tegen 48 jaar in het hbo.

Infographic Staat van de Examencommissie

Binnen het hbo is 82% van de examencommissie ook docent, in het mbo is dat iets meer dan de helft (52%). Tegelijkertijd heeft in het hbo geen enkele directeur zitting in de ondervraagde examencommissies, terwijl 30% van de mbo’s wel een directeur in de gelederen heeft. Ook managers vinden we nauwelijks in het hbo, terwijl ongeveer de helft van de mbo-commissies managers bevat. Zij maken 19% van het totaal aantal commissieleden in het mbo uit.
In het hbo heeft geen enkele commissie een lid uit de beroepspraktijk, terwijl in het mbo vrijwel elke examencommissie gemiddeld 2 leden uit de beroepspraktijk telt.

“We zien bij de examencommissies waar wij mee werken dat in het mbo het extern lid doorgaans iemand uit de beroepspraktijk is, terwijl dat in hbo niet of nauwelijks gebeurt. Daar wordt het extern lid vaak ingevuld vanuit een andere opleiding of school”, zegt Jeanne Hup van Bureau Lente.

Hogescholen ook voor BDB naar Bureau Lente

Iemand die docent wil worden op een hbo hoeft geen specifieke onderwijsbevoegdheid te hebben om hier aan de slag te gaan. Wél moet die persoon dan bereid zijn om de zogeheten Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB) te behalen.

Deze BDB is als protocol vastgesteld door de Vereniging Hogescholen en omvat specifieke bekwaamheidseisen voor docenten in het hbo. Omdat dit protocol door alle hogescholen gezamenlijk is opgesteld, wordt een opleiding en certificering BDB ook op andere hogescholen erkend.

Vaak volgen beginnende docenten hiervoor een opleiding of training in de eerste jaren van hun contract, gefaciliteerd door de betreffende hogeschool. Op elke hogeschool wordt dit weer anders ingevuld en Bureau Lente wordt steeds vaker gevraagd om naast de BKE ook de BDB te verzorgen.

Vakmanschap
BDB en BKE (Basis Kwalificatie Examinering) kunnen los van elkaar gezien worden maar vaak is BKE ook geïntegreerd in de BDB. Nieuwe mensen moeten zowel BDB als BKE doen. De lengte van zo’n traject is naar onze mening sterk afhankelijk van de specifieke leerdoelen van ieder individu.

Onze insteek is altijd: waar sta je nu als docent en waarop wil of moet je je dan nog verder ontwikkelen? En hoe ga je dat dan aantonen?

Door uit te gaan van de persoonlijke leerbehoeftes kunnen we gericht meerwaarde bieden op datgene dat ze al doen en kunnen.

Van de BDB en de BKE staan de leeruitkomsten vast, maar hoe je daar wilt komen dat is aan de school. Wij bespreken die wensen met de school en komen met een passend plan van aanpak. Wij willen zo dicht mogelijk op de dagelijkse praktijk van de docenten zitten om zo direct aan te sluiten bij hun eigen kennis, kunde, leerdoelen en ontwikkelvragen. Onlangs hebben we bij een hogeschool in een traject van een half jaar en twaalf bijeenkomsten een groep begeleid naar een certificering voor zowel BDB als BKE.

Meer weten over onze BDB en BKE-aanpak in het hbo? Neem contact op met mbulle@bureau-lente.nl

Nieuwe Training: Effectief Feedback Geven

Het geven van feedback is een veelbesproken onderwerp in zowel het hoger onderwijs als in het mbo. Zo verzorgt Lia Voerman, lector didactiek & expert didactisch coachen, specifiek een keynote over feedback, tijdens het komende congres Toetsen en Examineren in het mbo, op 14 december a.s. Voor Bureau Lente staat het belang van goede feedback ook als een paal boven water. Daarom bieden we nu een training Effectief Feedback Geven.

Leerbevorderende feedback
Wil je dat leerlingen ook iets leren van toetsen, dan is goede feedback belangrijk. Maar hoe geef je zulke leerbevorderende feedback?  Dat is nog niet zo eenvoudig.

Studenten vinden de gegeven feedback vaak onvoldoende of niet het type feedback dat ze verwachtten. Dit terwijl docenten het gevoel hebben dat ze juist veel moeite en tijd steken in het geven van feedback en studenten er onvoldoende gebruik van maken. Om hier verandering in te brengen, is het van belang anders naar feedback te kijken. Het doel van feedback is om het leren van studenten constant te stimuleren. Feedback is meer dan opmerkingen maken over het werk dat studenten gedaan hebben, in de hoop dat de student met deze opmerkingen aan de slag gaat.

Een Studentgerichte Benadering
Voor ervaren en beginnende docenten die echt resultaat willen behalen met het geven van feedback heeft Bureau Lente nu de training Effectief Feedback Geven ontwikkeld.

In deze training herkaderen we feedback. Van feedback als product naar feedback als proces, waarbij studenten actief betrokken zijn bij het zoeken, verwerken en gebruiken van feedback.

Studenten leren niet door ze enkel feedback te geven, zelfs niet als je het herhaaldelijk op de meest vriendelijk mogelijke manier meedeelt. Het geven én ontvangen van feedback is meer dan een product in de vorm van ingevulde formulieren. Feedback is een proces en met de juiste inrichting van dit proces komt het zweet op de rug van de stúdent in plaats van op die van de dócent te staan.

Tijdens de training onderzoeken we hoe de effecten van feedback het beste gefaciliteerd kunnen worden. Deze training biedt praktische handvatten over het geven van effectieve feedback en waar de grootste impact op het leren van studenten kan worden bereikt.

Aandachtspunten hierbij zijn onder meer: het ontwikkelen van feedbackgeletterdheid van studenten, stimuleren van betrokkenheid van studenten bij het eigen leerproces, de dialoog in het feedbackproces, het implementeren van ‘peer feedback’ en het inrichten van het feedbackproces voor meerdere studenten/groepen.

Workshop op 14 december
Voor iedereen die wel een voorproefje van deze training wil, organiseren we tijdens het mbo-congres op 14 december de sessie Effectief Feedback Geven aan Studenten

In deze workshop geven we praktische handvatten om een effectief feedbackproces in te richten. We kantelen feedback van iets dat docenten doen, naar een proces waarbij studenten actief worden betrokken bij het zoeken, verwerken en vooral gebruiken van feedback.

Voor meer informatie, mail ons op info@bureau-lente.nl

Geslaagd congres Toetsen & Examineren in het HO

Op 20 september verzorgde Bureau Lente een Atelier en een Inspiratiesessie tijdens het congres Toetsen & Examineren in het Hoger Onderwijs.

Een congres met zo’n 250 bezoekers. Dat hadden we al heel lang niet meer meegemaakt! In het begin was het wel even wennen maar al snel bleek hoezeer we dit gemist hadden met z’n allen.

“Zó leuk om oude bekenden weer in levenden lijve te zien, en ook nog eens meer dan alleen een pratend hoofd”, zegt Monique Bulle. “In de wandelgangen hoorden we ook dat het voor sprekers best weer even spannend was om voor een echte fysieke groep te staan. Maar ook daar leek iedereen zich weer heel snel als een vis in het water te voelen.”

De eerst dag was echt ‘de dag van Bureau Lente’. In de ochtend verzorgden Erika Rob, van de Haagse Hogeschool, en Inge de Jager van Bureau Lente samen een workshop over inclusief toetsen. Zij brachten met de deelnemers in kaart wat je kunt doen in je toetsontwerp, de toetsafname en het beoordelen van toetsen om toetsen geschikt te maken voor álle studenten. Organisator SBO vroeg hen vervolgens ook hierover te spreken in een podcast. Zodra deze verschijnt zullen we hem zeker hier delen.

In de middag verzorgden Jeanne Hup en Monique Bulle een inspiratiesessie voor toetscommissies.  De positie van de toetscommissie in de organisatie en de consequenties voor het onderscheid tussen ‘borgen’ en ‘zorgen’ voor de toetscommissie, maakte veel discussie los.

Verschil mbo en hbo

Op het mbo waar Bureau Lente ook heel actief is, zijn deze functies vaak duidelijk gescheiden. In het hbo is dat op veel plaatsen minder helder. “De uitvoerende en controlerende activiteiten blijken nog wel eens in elkaar over te lopen, en tijdens de inspiratiesessie was dit een hot topic”, zegt Jeanne Hup. Eigenlijk was de tijd te kort maar geïnspireerd en met stof tot nadenken, gingen de deelnemers weer weg.

“Het was leuk te zien dat ontwikkelingen als  formatief handelen en programmatisch toetsen in het HBO echt aandacht krijgt. Nu is het HBO anders georganiseerd als het gaat om toetsing dus is het belangrijk om te zoeken naar een goede oplossing om én te toetsen én te verweven met het onderwijs. In het MBO, waar alles nog meer hangt op examineren aan het eind van de opleiding, zien we ook een verschuiving naar het op een andere manier verantwoorden van het diplomabesluit. Daar staan deze thema’s dus nog in de kinderschoenen. Als Bureau Lente werken we in beide omgevingen hetgeen ons het voordeel geeft dat we de best practices van beide omgeving kunnen combineren en zo onze klanten in zowel mbo als hbo verder kunnen helpen.”

“Op de tweede dag had Bureau Lente geen specifieke rol, anders dan de klassieke seminar-rollen: netwerken en bijwonen van presentaties en workshops. Het Atelier van Frits van Oosterom, een pleidooi voor mondeling toetsen, bleek een goede keuze, evenals de Inspiratiesessie over programmatisch toetsen binnen één module. Ook de keynotes aan het begin en het einde van de dag sloten goed bij onze interesses aan”, vervolgt Inge de Jager.

“Wat ik leuk vind aan dit soort congressen, is dat ik door naar presentaties van anderen te luisteren, heel associatief ga denken. Een interessante quote kan bij mij heel veel in beweging zetten aan nieuwe ingevingen voor bestaande of nieuwe trainingen. Een klein beetje input kan dan al snel veel creativiteit losmaken”, besluit Inge. “Dit kan om ideeën gaan die heel direct aansluiten bij de inhoud van zo’n sessie, maar ook helemaal van het pad af kunnen dwalen, en toch heel inspirerend zijn. Dat maakt dit soort congressen voor mij heel waardevol.”

Dit HO-congres smaakt naar meer: we kijken dus met plezier uit naar het MBO congres over toetsen en examineren, op 14 december, waar we als Bureau Lente ook weer actief zullen zijn!