Fraude of onregelmatigheid? Waarom dat onderscheid uitmaakt in de examenpraktijk
In de praktijk horen we het regelmatig: “Dit is fraude.”
Vaak volgt die uitspraak in een moment van spanning tijdens of direct na een examen. Een student doet iets wat niet mag, er gaat iets mis in de organisatie, of er ontstaat onrust in de groep.
Juist op dat soort momenten is het belangrijk om eerst één stap terug te doen. Niet alles wat misgaat tijdens een examen is fraude. Het helpt om onderscheid te maken tussen onregelmatigheden en fraude. Dat maakt het handelen rustiger, zorgvuldiger en beter uitlegbaar.
Wat is fraude?
Bij fraude is er sprake van bewuste beïnvloeding van het examen om een ander (deel)resultaat te krijgen. Een student probeert het resultaat doelbewust in zijn voordeel te veranderen.
Voorbeelden zijn:
- Een student die tijdens een toets de telefoon gebruikt om informatie op te zoeken
- Afkijken bij een andere student
- Materiaal meenemen dat duidelijk niet is toegestaan, met het doel daar voordeel uit te halen
In al deze situaties is er intentie: de student weet dat het niet mag, maar doet het toch om het resultaat te beïnvloeden.
Wat zijn onregelmatigheden?
Onregelmatigheden zijn situaties waarin die bewuste beïnvloeding ontbreekt, maar waarin het examen niet volgens plan verloopt. De omstandigheden zijn anders dan bedoeld, zonder dat iemand het examen expres probeert te sturen.
Denk aan:
- Een brandalarm dat afgaat tijdens een examen
- Stroomuitval waardoor computers uitvallen
- Een student die ziek wordt en het examen niet kan afronden
- Een student die een hulpmiddel gebruikt dat niet is toegestaan, terwijl dat hulpmiddel per ongeluk binnen handbereik lag
Ook hier moet gehandeld worden, maar het karakter is anders dan bij fraude. Door dit onderscheid expliciet te maken, ontstaat er meer ruimte voor zorgvuldige weging.
Rol van examenreglement en examencommissie
In assessorentrainingen en opfristrainingen merken wij dat beoordelaars vaak twijfelen: wat moet ik nu doen, en wanneer moet de examencommissie worden betrokken?
In veel examenreglementen is vastgelegd dat er in eerste instantie sprake is van een onregelmatigheid. De examencommissie is vervolgens het orgaan dat bepaalt of er uiteindelijk sprake is van fraude en welk gevolg dat heeft voor de student.
Dat betekent dat de eerste taak van de beoordelaar niet is om een label te plakken, maar om goed waar te nemen, te handelen volgens de afspraken en zorgvuldig vast te leggen wat er gebeurt.
Wat doe je als beoordelaar tijdens het examen?
In onze trainingen geven wij beoordelaars een aantal uitgangspunten mee voor het handelen tijdens een examen bij een vermoeden van fraude of een onregelmatigheid:
- Stel de student altijd op de hoogte dat er iets aan de hand is. Een student heeft recht op duidelijkheid.
- In principe wordt het examen voortgezet en ook beoordeeld. Er ligt op dat moment nog geen formeel besluit van de examencommissie.
- Alleen in situaties die onveilig zijn voor mens, dier, product of materialen, kan of moet het examen worden stopgezet. Veiligheid gaat dan voor.
- Leg de gebeurtenis altijd vast in het proces-verbaal of een ander afgesproken format.
- Informeer de examencommissie volgens de procedure.
Daarna is het aan de examencommissie om te bepalen of er sprake is van een onregelmatigheid of fraude en welke consequentie hieraan verbonden wordt.
Fraude gaat niet alleen over studenten
In gesprekken over fraude denken we snel aan studenten. Toch is het belangrijk om te benoemen dat ook het handelen van beoordelaars invloed kan hebben op de uitkomst van een examen.
Voorbeelden zijn:
- Het geven van een “genade zesje”, zodat een student toch slaagt
- Bewust geen “goed” toekennen op een criterium, omdat een goed zwaarder onderbouwd moet worden dan een voldoende
- In een examencommissie “door de vingers zien” dat iets niet voldoet, om een student toch diplomeerbaar te laten zijn
Dit soort handelen is vaak goed bedoeld en komt voort uit betrokkenheid bij studenten. Tegelijk raakt het de betrouwbaarheid en rechtvaardigheid van examinering. Ook hier helpt het om het gesprek open te voeren: waar ligt de grens, wat vinden wij professioneel en wat niet?
Waarom dit onderscheid ertoe doet?
Door helder onderscheid te maken tussen onregelmatigheden en fraude, ontstaat er meer rust en structuur in de examenpraktijk. Beoordelaars weten beter wat hun rol is op het moment zelf: waarnemen, handelen volgens afspraken, informeren en vastleggen. De examencommissie kan vervolgens, met de juiste informatie op tafel, een afgewogen besluit nemen.
Voor studenten wordt zo duidelijker wat er gebeurt en waarom een besluit wordt genomen. Voor teams helpt het om eenduidiger te werken en van casussen te leren.
Tot slot nog een vraag om mee af te sluiten: “Welke bijzondere onregelmatigheden of fraudegevallen zijn jullie in de praktijk tegengekomen, en wat werkte bij jullie goed in de afhandeling?”
