Examencommissie met een halve dag in de week. Hoe borg je dan óók nog kwaliteit? Het is een vraag die we vaak horen als we met examencommissies werken.
De praktijk: alles wat moet, slokt tijd op, zoals:
- Klachten.
- Herkansingen.
- Vrijstellingen.
- Aangepaste examinering.
- Het vaststellen van examens.
De uitvoerende taken stapelen zich snel op. En voor je het weet, gaat alle tijd daarnaartoe.
Terwijl juist iets anders bepaalt of je examinering écht op orde is.
Wat er vaak gebeurt (en waarom dat logisch is)
In onze trainingen en gesprekken zien we steeds hetzelfde patroon:
- De wil om het goed te doen is er
- Maar tijd en organisatie lopen achter
En daardoor gebeurt dit:
👉 Kwaliteitsborging schuift naar “als we tijd over hebben”
Niet bewust.
Maar wel structureel.
Waarom dit risico geeft
Want juist die borgende kant maakt het verschil:
- Steekproeven
- Kalibratie
- Reflectie op besluiten
- Het gesprek over kwaliteit
Als dat ontbreekt, wordt examinering kwetsbaar.
Niet meteen zichtbaar.
Maar wel voelbaar op termijn.
Wat wél werkt (3 routes die we zien)
Er is geen one size fits all-oplossing. In de praktijk zien we grofweg drie routes:
1. Slimmer organiseren
Werkprocessen scherper inrichten, rollen duidelijker maken.
2. Realistisch zijn over tijd
Soms is de eerlijke conclusie: met deze uren is het gewoon niet haalbaar.
3. Anders beleggen
Bijvoorbeeld door delen van kwaliteitsborging extern te organiseren (zoals steekproeven).
De belangrijkste vraag is niet:“Doen we genoeg?” Maar: “Waar maken wij als examencommissie écht het verschil?”
Daar begint keuzes maken. Herken je dit als examencommissie?
Waar zit voor jullie de grootste winst? Zit dat in slimmer organiseren, meer tijd of taken anders beleggen?
